Een stukje historie….
Het idee om een Zweedse autofabriek op te starten, danken we aan twee enthousiaste jonge mannen. Assar Gabrielsson, een rasechte zakenman en Gustaf Larson die als ingenieur en technisch ontwerper zijn beroep had gemaakt.

Er werden 10 testauto`s geproduceerd: negen open modellen en één gesloten model. Nu lukte het wel om de benodigde financiële support te krijgen. Het Zweedse bedrijf SKF (Zweedse Kogellagerfabriek) - waar Larson voorheen in dienst was - toonde interesse en zorgde voor een fabrieksruimte op het eiland Hisingen in Gothenburg. De naam `AB Volvo`, al eens eerder gebruikt voor een SKF-project, werd opnieuw uit de kast gehaald en zou de nieuwe naam worden voor het Zweedse automerk.
`Volvo` is Latijn voor `ik rol`. Het echte werk kon beginnen en 1927, het jaar dat de eerste serie-geproduceerde auto`s uit de fabriek kwamen rollen, wordt algemeen beschouwd als het beginjaar van Volvo.

Nederland heeft Volvo altijd een warm hart toegedragen. Volvo heeft natuurlijk diverse Nederlandse fabrieken en vestigingen gekend, en men is de stoere Zweed vanaf het begin trouw gebleven. Dat begin is echter niet gestart met de introductie van de “Jacob”. Voor Nederland werd de naam Volvo geïntroduceerd door Importeur Niham gevestigd te ‘s Gravenhage met de lancering van de Volvo PV444. Met wervende teksten als “De auto uit het land van Koning Winter” en “ Een Zweedse schoonheid!” deed de PV444 zijn intrede als nieuwkomer.
Uiteraard heeft Volvo diverse verschillende modellen gefabriceerd na de introductie van de allereerste Jacob. Modellen die vandaag de dag moeilijk te bemachtigen zijn en - indien in goede staat - bijzonder kostbaar bij aanschaf. Als verzamelaars van alles wat met Volvo te maken heeft en verkopers van exclusieve Volvo modellen nemen we u even mee terug in de tijd: Naar het moment dat Volvo aan de vooravond staat van een echte doorbraak. De introductie van de PV444, de nieuwe kleine Volvo!
PV 444
productiejaren: 1944 – 1958
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo PV444 A |
1944 – 1950 |
12.504 |
|
Volvo PV444 B |
1950 – 1951 |
7.500 |
|
Volvo PV444 C |
1951 – 1952 |
8.000 |
|
Volvo PV444 D |
1952 – 1953 |
9.000 |
|
Volvo PV444 E |
1953 – 1954 |
31.950 |
|
Volvo PV444 H |
1954 – 1955 |
29.046 |
|
Volvo PV444 K |
1955 – 1957 |
33.918 |
|
Volvo PV444 L |
1957 – 1958 |
64.087 |
In september 1944 presenteerde Volvo de PV444 op een grote Volvo tentoonstelling in Stockholm. Samen met de grotere Volvo PV 60 trok de auto veel belangstelling. Mede door de vriendelijke prijs - hij kostte slechts 4800 kronen, hetzelfde bedrag dat 17 jaar eerder voor de eerste Volvo werd gevraagd - was de interesse in de fraai gelijnde vierzitter enorm. Tijdens de show werden niet minder dan 2.300 koopcontracten voor de PV 444 getekend. Sommige potentiële kopers boden zelfs een dubbele som geld of nog meer, wanneer de auto snel geleverd zou kunnen worden.
Het uiterlijk van de PV 444 werd sterk beïnvloed door de Amerikaanse stijl. De auto had gedurfde lijnen en een vooruitstrevende zelfdragende carrosserie die volledig uit plaatstaal was vervaardigd. Onder de motorkap zat een viercilinder motor, de B4B, die naast zijn zuinigheid maar liefst 40 pk leverde. Ook toen al had Volvo een wereldprimeur op het gebied van veiligheid. De voorruit, die door middel van een spijltje in tweeën was gedeeld, was voorzien van gelaagd glas.
productiejaren: 1953 – 1960
Uitvoering Vrijdragende Carrosserie:
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo PV445 A |
1944 – 1954 |
500 |
|
Volvo PV445 B |
1950 – 1956 |
1.099 |
|
Volvo PV445 D |
1951 – 1958 |
1.926 |
|
Volvo PV445 G |
1952 – 1960 |
57 |
|
Volvo PV444 L |
1953 – 1960 |
54 |
|
Volvo PV444 11 |
1954 – 1960 |
169 |
|
Volvo PV444 11 M |
1955 – 1960 |
225 |
Uitvoering Pick-ups:
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo PV445 DH |
1953 – 1956 |
6.389 |
|
Volvo PV445 GL |
1956 – 1957 |
1.766 |
|
Volvo PV445 LL |
1957 – |
821 |
|
Volvo PV445 06 |
1957 – 1958 |
3.380 |
|
Volvo PV444 06 M |
1958 – 1960 |
38 |
Uitvoering Station Car:
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo PV445 PH |
1955 – 1956 |
1.183 |
|
Volvo PV445 GP |
1956 – 1957 |
1.813 |
|
Volvo PV445 LP |
1957 – |
946 |
|
Volvo PV445 07 |
1957 – 1958 |
5.130 |
|
Volvo PV444 07 M |
1958 – 1960 |
54 |
Uitvoering Bestelwagen:
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo PV445 DS |
1953 – 1956 |
1.333 |
|
Volvo PV445 GS |
1956 – 1957 |
136 |
|
Volvo PV445 LS |
1957 – |
527 |
|
Volvo PV445 05 |
1957 – 1958 |
1.840 |
|
Volvo PV444 05 M |
1958 – 1960 |
23 |
We schrijven 1949. Volvo was inmiddels flink gegroeid en had tot dusver 100.000 auto’s geproduceerd. En niet alleen personenauto’s, want Volvo had inmiddels een goede naam opgebouwd voor het leveren van bedrijfsauto’s en autobussen. Volvo besloot de productie van de PV444 op te voeren van 8.000 naar 12.000 eenheden. Tevens werd een subliem idee, dat later de PV445 zou worden, geboren: door de directie werd besloten om de PV444 ook als chassis te gaan leveren. Aangezien de PV444 een zelfdragende carrosserie bezat, moest dit ‘zelfstandige‘ chassis eerst nog ontworpen worden. In 1950 was het zover: de allereerste PV445 zag het licht. Volvo verkocht dit type alleen als chassis, waarna andere carrosseriebouwers er een bestelbouw op aanbrachten. De allereerste versies kunnen dus kompleet van elkaar verschillen. In 1953 startte Volvo zelf met het produceren van de Volvo PV445, die de naam Duett kreeg. Het vooraanzicht verschilde in een aantal opzichten van de Volvo PV444. De auto was hoger en de laaddeur was dubbel uitgevoerd. Dankzij de royale laadruimte bij toch geringe buitenafmetingen werd de Volvo PV445 direct een succes.
Inmiddels is Volvo nog steeds één van de belangrijkste autofabrikanten die wereldwijd bekend staat als dé stationwagonproducent bij uitstek. Een imago waar grote merken als Mercedes, Ford en Opel alleen maar jaloers op kunnen zijn.
P 1900

productiejaren: 1956 – 1957
productiejaren: 1958 – 1965
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo PV544 A |
1958 – 1960 |
99.495 |
|
Volvo PV544 B |
1958 – 1960 |
34.600 |
|
Volvo PV544 C |
1958 – 1960 |
37.900 |
|
Volvo PV544 D |
1958 – 1960 |
27.100 |
|
Volvo PV544 E |
1958 – 1960 |
24.200 |
|
Volvo PV544 F |
1958 – 1960 |
17.300 |
|
Volvo PV544 G |
1965 |
3.400 |
Tegen alle verwachtingen in werd in augustus 1958 de PV544 geïntroduceerd, een modernere versie van de Volvo PV444. Iedereen was er van overtuigd dat met de introductie van de Volvo Amazon in 1956 het doek gevallen was voor de populaire “Katterug”. Maar niets van dit alles. Volvo besloot de PV444 een complete facelift te geven. Om het zicht te verbeteren werd de auto voorzien van een grotere, bolle voorruit en een grotere achterruit. De grille werd aangepast en ook het interieur kreeg een moderner jasje. Het dashboard kwam vrijwel overeen met het dashboard dat ook in de Amazon gemonteerd was: De snelheidsmeter met de bekende rode “snelheidslijn” en de beklede bovenzijde dat bescherming bood in geval van een aanrijding.
De achterbank werd comfortabeler en ruimer en ook onderhuids waren er een aantal wijzigingen.
Ook technisch gezien ging de PV544 er op vooruit: in tegenstelling tot de PV444 was er voor de PV544 keuze uit maar liefst 4 verschillende motoren. Voor de eerste keer in de geschiedenis van Volvo was er een motor met vier versnellingen leverbaar. Een groot succes voor een auto die, met zijn inmiddels bekende vorm, een kaskraker werd. Van de eerste A-serie werden maar liefst 99.495 stuks geproduceerd.
Op 11 januari 1960 werd bij Volvo een jubileum gevierd, want de 50.000ste Volvo PV 444-544 werd naar de Verenigde Staten verscheept. Eén op de vijf gebouwde Volvo’s werd in deze periode voor de Amerikaanse markt gemaakt. In 1961 was de PV544 in drie uitvoeringen leverbaar: De Favorit, de Special en de Sport. Het allergrootste nieuws was echter de introductie van de onverwoestbare B18-motor die in de Volvo PV544 Sport maar liefst 90 pk ontwikkelde. Alle personenwagens kregen in datzelfde jaar een 12 volts installatie. Op 20 oktober 1965 rolde bij Volvo de laatste “PV” van de productieband. In ruim 21 jaar had men er 440.000 stuks afgeleverd, vanaf het eerste model in 1944 met de 40 pk motor tot het sportmodel in 1965 met 95 pk motor. De nadruk lag vanaf nu bij de Volvo Amazon. Volvo was in 1965 reeds bezig met het testen van prototypen die later als Volvo 140-serie zou verschijnen. Met advertenties in Amerikaanse autobladen werd met de titel “Farewell old friend” afscheid genomen van de Volvo PV544.
P210 (Duett)

Productiejaren 1960 – 1969
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo P210 A |
1960 – 1961 |
11.744 |
|
Volvo P210 B |
1961 – 1962 |
8.299 |
|
Volvo P210 C |
1962 – 1963 |
6.174 |
|
Volvo P210 D |
1963 – 1964 |
7.674 |
|
Volvo P210 E |
1964 – 1965 |
7.899 |
|
Volvo P210 F |
1965 – 1966 |
7.149 |
|
Volvo P210 M |
1966 – 1967 |
7.600 |
|
Volvo P210 P |
1967 – 1969 |
4.420 |
In het najaar van 1960 werd de alom bekende PV445 gewijzigd volgens de nieuwe specificaties die ook werden toegepast op de Volvo PV544. Aan de vorm van de auto werd nagenoeg niets veranderd. De bolle voorruit en het beklede dashboard gaven de “vertrouwde” bestelwagen een iets moderner jasje. Ondanks zijn “oude” uitstraling bleef de Duett tot 1969 leverbaar. Op 19 februari werd de laatste Duett geproduceerd.
Amazon

(P1200 • P121 • P122 • P120 • P130)
productiejaren: 1956 – 1970
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo P1200 |
1956 – 1957 |
249 |
|
Volvo P1200 V/H |
1957 – 1958 |
4.935 |
|
Volvo P1200 VB/ HB |
1958 |
6.898 |
|
|
|
|
|
Volvo P12204 VB/ HB |
1958 |
|
|
Volvo P12206 VB/ HB |
1958 |
|
|
Volvo P12104 VB/ HB |
1958 |
2.918 |
|
Volvo P12104 UVB/ UHB |
1958 - 1959 |
|
|
Volvo P12104 UVB/ UHB |
1958 - 1959 |
|
|
Volvo P12104 UVB/ UHB |
1958 - 1959 |
39.398 |
|
|
|
|
|
Volvo P120 VD/ HD |
1960 – 1961 |
29.900 |
|
Volvo P120 VE/ HE |
1961 – 1962 |
28.500 |
|
Volvo P120 VF/ HF |
1962 – 1963 |
27.200 |
|
Volvo P120 VG/ HG |
1963 – 1964 |
26.400 |
|
Volvo P120 VK/ HK |
1964 – 1965 |
27.400 |
|
Volvo P120 VL/ HL |
1965 – 1966 |
31.250 |
|
Volvo P120 VM/ HM |
1966 – 1967 |
9.160 |
|
|
|
|
|
Volvo P130 VA/ HA |
1961 – 1962 |
10.500 |
|
Volvo P130 VB/ HB |
1962 – 1963 |
29.500 |
|
Volvo P130 VD/ HD |
1963 – 1964 |
44.600 |
|
Volvo P130 VE/ HE |
1964 – 1965 |
59.800 |
|
Volvo P130 VF/ HF |
1965 – 1966 |
72.550 |
|
Volvo P130 M |
1966 – 1967 |
62.950 |
|
Volvo P130 P |
1967 – 1968 |
32.600 |
|
Volvo P130 S |
1968 – 1969 |
27.500 |
|
Volvo P130 T |
1969 – 1970 |
19.918 |
De auto die Volvo definitief op de wereldkaart zou plaatsen was de nieuwe Volvo P1200. Een oorspronkelijke, up to date personenauto, uitgerust met vier deuren en een karakteristiek uiterlijk. Met de gedeelde grille en de Amerikaans lijkende pontoncarrosserie met haar kenmerkende rondingen en vloeiende lijnen was de auto een markante verschijning. In Zweden werd de auto Amazon genoemd. Deze naam mocht echter buiten Scandinavië niet gebruikt worden aangezien de rechten voor de naam Amazon al waren opgeëist door motorfietsfabrikant Kreidler.
Geen nood voor Volvo. Welke naam het nieuwe beestje ook droeg, het was de eerste Volvo leverbaar in tweekleuren combinaties en de reacties van de consument waren overweldigend. Ondanks zijn typebenaming P1200 bleef de auto in de volksmond Amazon heten. In 1959 werden zowel de PV en de 121/122S (Amazon) standaard uitgerust met driepunts veiligheidsgordels. Een wereldprimeur voor het Zweedse concern. In 1962 werd het modellengamma uitgebreid met een tweedeurs model en een vijfdeurs stationwagon. Deze stationwagon was de eerste estate met personenwagen-eigenschappen en werd al snel vrij populair. Ook in dat jaar werden er schijfremmen gemonteerd en als extra was een overdrive van het merk Laycock leverbaar. Op 12 februari 1962 verliet de 100.000-ste wagen van het type 121/122S de fabriek in Gothenburg. In 1963 werd genoemd type uitgerust met een automatische transmissie, wat vooral door de Amerikanen enthousiast werd ontvangen.
Volvo was zich steeds meer gaan toeleggen op veiligheidsaspecten en dat resulteerde in het jaar 1965 in de presentatie van de nieuwe Volvo-stoel. In nauwe samenwerking met medische specialisten werd binnen de Volvo-organisatie een stoel ontwikkeld met een ergonomische vorm. Een goede beslissing, want tot op de dag van vandaag staat Volvo wereldwijd bekend om de kwaliteit van de stoelen die in de auto’s worden gemonteerd. Ondertussen paste Volvo al haar nieuwste bevindingen op het gebied van techniek en veiligheid in de Volvo 140-serie toe en kon de Volvo Amazon nog enigszins meegenieten van de meest recente snufjes. Het gescheiden remsysteem, standaard op de 140-serie, werd eveneens bij de latere modellen van de Amazon toegepast. Ook de standaard hoofdsteunen kregen een plaats in de laatste Amazons. In 1970 nadert echter het einde van de 121/122S modellen. Vanaf de beginperiode tot het jaar 1970 heeft Volvo in totaal 667.323 auto’s van dit type gefabriceerd.
Amazon stationwagon

(P1200 • P121 • P122 • P120 • P130)
productiejaren: 1956 – 1970
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo P220 VA/ HA |
1962 |
1.400 |
|
Volvo P220 VB/ HB |
1962 – 1963 |
6.875 |
|
Volvo P220 VD/ HD |
1963 – 1964 |
9.675 |
|
Volvo P220 VE/ HE |
1964 – 1965 |
11.450 |
|
Volvo P220 VF/ HF |
1965 – 1966 |
15.200 |
|
Volvo P220 M |
1966 – 1967 |
17.200 |
|
Volvo P220 P |
1967 – 1968 |
8.500 |
|
Volvo P220 S |
1968 – 1969 |
2.897 |
P1800

productiejaren: 1961 – 1972
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo P1800 VA/ HA |
1961 – 1963 |
6.000 |
|
Volvo P1800S VB/ HB |
1963 |
2.000 |
|
Volvo P1800S VD/ HD |
1963 – 1964 |
4.500 |
|
Volvo P1800S VE/ HE |
1964 – 1965 |
4.000 |
|
Volvo P1800S VF/ HF |
1965 – 1966 |
4.500 |
|
Volvo P1800S M |
1966 – 1967 |
4.500 |
|
Volvo P1800S P |
1967 – 1968 |
2.800 |
|
Volvo P1800S S |
1968 – 1969 |
1.693 |
|
Volvo P1800E T |
1969 – 1970 |
2.799 |
|
Volvo P1800E U |
1970 – 1971 |
4.750 |
|
Volvo P1800E W |
1971 – 1972 |
1.865 |
Begin 1959 presenteerde Volvo een nieuwe tweepersoons sportcoupé: de Volvo P1800. Deze hedendaagse sportcoupé zou in tegenstelling tot de eerder geïntroduceerde Volvo P1900 wèl een succes worden. De meeste mechanische componenten waren overgenomen van de 121/122S. Pas een jaar later, in januari 1960, was de auto voor het eerst in het echt te zien tijdens de International Motor Show te Brussel. De nieuwe sportieve Volvo werd aanvankelijk bij de bekende sportwagenfabrikant Jensen Motors Ltd in Engeland gebouwd. De motor die standaard in de auto werd geleverd was een tot 100 pk opgevoerde sportversie van de gebruikelijke B18-motor. Volvo was echter niet zo tevreden over de kwaliteit van de eerst gebouwde Jensen modellen. Nadat er zo’n 8.000 stuks in Engeland van de band waren gerold verhuisde Volvo de productielijn daarom in 1963 naar de inmiddels in Gothenburg geopende Torslanda fabrieken. De typenaam veranderde op dat moment in P1800S. De mooie sierstrip, oplopend bij de achterschermen, en de zogeheten “koehoornbumpers” verdwenen gedurende de diverse modelwisselingen. De Volvo P1800S kreeg nieuwe rechte sierstrips op de flanken en de voor- en achterbumper bestonden nog steeds uit drie delen maar waren eveneens volledig gerestyled en voorzien van een stootrubber. Open stalen velgen met chromen wieldop sierden de auto en onder de motorkap was een sportieve B18-motor te bespeuren met twee carburateurs. In 1968 kreeg de Volvo P1800S zelfs een nieuwe B20 motor aangemeten.

In de beginjaren zeventig onderging de Volvo P1800S een facelift. De B20 werd ingeruild voor een B20 motor met injectie voor een nog sportiever resultaat. De metalen velgen en het mooie sportstuur werden helaas samen met het excentrieke dashboard ingeruild voor andere klokken en meters. De Volvo P1800E is geboren! Het zou echter nog slechts drie jaar duren voordat er een einde zou komen aan de productie van de markante sportcoupé. In 1972 was het over. Anno 2005 is de Volvo P1800 nog steeds een gewilde klassieker. Voor een exemplaar in een goede staat worden behoorlijke bedragen neergeteld. Maar wees er dan wel zeker van dat je een zo origineel mogelijk exemplaar bemachtigt!
1800 ES

productiejaren: 1971 – 1973
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo P1800 E S W |
1971 – 1972 |
3.070 |
|
Volvo P1800S E S Y |
1972 – 1973 |
5.008 |
Eigenlijk had niemand verwacht dat er in 1971 nog een variant zou verschijnen op de sportieve Volvo P1800S en E. Menigeen was dan ook aangenaam verrast toen in 1971 de 1800ES werd gelanceerd. De auto had een gewijzigde achterkant die veel deed denken aan de Reliant Scimitar. De fastback lijn onderstreepte de sportieve eigenschappen van de auto en verschafte meer bagageruimte dan de Coupé versie. Een lang leven was de auto niet gegund. Reeds in 1972 werd de productie van de auto gestopt. Slechts 8.078 stuks waren er gebouwd. Volgens Pehr G. Gyllenhammar, de nieuwe Algemeen Directeur van Volvo, voldeed de auto niet langer aan de wensen van de consument en de gestelde veiligheidsnormen. De auto had helaas geen stuurbekrachtiging en met name in de Verenigde Staten waren de veiligheidseisen zodanig aangepast dat het te kostbaar zou worden om met de Volvo P1800ES aan al deze nieuwe normen te kunnen voldoen. Zowel de P1800 S, E en ES zijn heden ten dage collectors items geworden. De prijzen lopen erg uiteen.
142 • 144 • 145
productiejaren: 1966 – 1974
|
Type |
Bouwjaar |
Productieaantal |
|
Volvo 144 M |
1966 – 1967 |
37.300 |
|
Volvo 144 P |
1967 – 1968 |
57.700 |
|
Volvo 144 S |
1968 – 1969 |
48.900 |
|
Volvo 144 T |
1969 – 1970 |
55.540 |
|
Volvo 144 U |
1970 – 1971 |
68.010 |
|
Volvo 144 W |
1971 – 1972 |
77.030 |
|
Volvo 144 Y |
1972 – 1973 |
87.900 |
|
Volvo 144 A |
1973 – 1974 |
91.768 |
|
|
|
|
|
Volvo 142 M |
1967 |
1.500 |
|
Volvo 142 P |
1967 – 1968 |
5.140 |
|
Volvo 142 S |
1968 – 1969 |
59.500 |
|
Volvo 142 T |
1969 – 1970 |
66.560 |
|
Volvo 142 U |
1970 – 1971 |
71.910 |
|
Volvo 142 W |
1971 – 1972 |
73.470 |
|
Volvo 142 Y |
1972 – 1973 |
70.550 |
|
Volvo 142 A |
1973 – 1974 |
64.356 |
|
|
|
|
|
Volvo 145 P |
1967 – 1968 |
9.200 |
|
Volvo 145 S |
1968 – 1969 |
21.700 |
|
Volvo 145 T |
1969 – 1970 |
30.700 |
|
Volvo 145 U |
1970 – 1971 |
41.780 |
|
Volvo 145 W |
1971 – 1972 |
50.340 |
|
Volvo 145 Y |
1972 – 1973 |
56.320 |
|
Volvo 145 A |
1973 – 1974 |
58.277 |
Reeds in 1965 was Volvo druk bezig met het testen van een nieuw model. De testwagens waren zwaar gecamoufleerd met verhogingen op de motorkap en grote staartvinnen om de ware “lijn” van de auto te verhullen. Misleidend waren de op de auto zichtbare emblemen met de naam “Mazuo” wat deed denken aan een nieuwe Japanse auto. In feite ging het hier om het nieuwste Volvo model: de Volvo 144. In augustus 1966 werd de Volvo 144 gepresenteerd aan de heren autojournalisten. Zweden was wederom razend enthousiast. Het was een tijdloos ontwerp, wat bevestigd wordt door het feit dat deze modellen - in verder ontwikkelde vorm - met succes tot in het begin van de jaren negentig werden verkocht. Karakteristieke kenmerken waren onder andere het grote glasoppervlak. De auto was zeer overzichtelijk en een Zweeds Automagazine schreef: “De ontwerpers van de fabriek hebben zeer goed werk gedaan, maar behalve dat zijn de technici er naar het schijnt ook in geslaagd om misschien wel de veiligste auto te maken die momenteel te koop is”.
Met de geboorte van de Volvo 144 introduceerde Volvo haar unieke driehoeksgewijs gescheiden remsysteem, dat altijd 80% van de oorspronkelijke remwerking overhoudt als een van beide remcircuits mocht uitvallen. Andere veiligheidskenmerken waren de carrosserie met schokabsorberende bumpers, zogenaamde “kreukelzones” voor en achter, een gedeelde stuurkolom en veiligheidssloten. De auto werd geleverd in twee uitvoeringen: een van 85 pk en een sportieve uitvoering met twee carburateurs van 115 pk voor de Volvo 144S. Het ging Volvo voor de wind. De Volvo 144 werd tot “auto van het jaar” verkozen. In 1967 vierde Volvo haar 40-jarig jubileum en de 144 werd overal ter wereld een succes. Ook wordt in dat jaar de tweedeurs versie gepresenteerd en de nieuwe stationwagon de Volvo 145. Met de 140-serie penetreerde Volvo in een voor haar nieuwe, hogere klasse, juist in een tijd dat veel autokopers een grotere auto wensten. Maar de nieuwe Volvo was ook aantrekkelijk voor een nieuwe groep klanten, onder meer in de taxibranche, waar men na een onderbreking van zo’n tien jaar weer Volvo ging rijden. De ontwikkelingen gingen verder en verder. In 1968 introduceerde Volvo de nieuwe tweeliter B20 motor voor zowel de Amazon als de 140 serie. Om enigszins de Duett te vervangen, die met zijn hoge dak en veel ruimte in 1969 uit de productie werd gehaald, kwam Volvo met de 145 Express. Een gewone stationcar, maar wel een met een verhoogd dak.
Voor het nieuwe modeljaar kreeg de Volvo personenwagen een nieuw front aangemeten dat voor de verdere modellenlijn een belangrijke wijziging zou betekenen. Met de diagonale lijn op de voorzijde van de grille, werd wederom teruggegaan in de historie en werd de oude Jacob grille op een moderne manier in ere hersteld. De modellen van 1973 en 1974 werden Amerikaanser en voorzien van een “dikkere” bumperpartij, waarbij het 74-er model de kroon spant. Veel Volvo-liefhebbers in die tijd moesten toch wel heel erg wennen aan de grote bumpers die werden vergeleken met botsauto’s van een attractiepark. Later zou blijken dat Volvo de klant langzamerhand liet wennen aan de ‘look’ van de nieuwe serie die stond te trappelen om geïntroduceerd te worden. Maar zo ver was het nu nog niet.
De 140-serie werd nagenoeg aan de buitenzijde niet veranderd. De grille was vervangen door een kunststof exemplaar en de zij- en achterlichten waren groter en hoekiger. De meeste wijzigingen waren te bespeuren in het interieur. Het oude, tikkeltje saaie dashboard werd vervangen door een nieuw ontwerp met een perfect middenconsole en de belangrijkste bedieningsknoppen recht voor de bestuurder gegroepeerd. Op het stuurwiel de ietwat simpele voorloper van de airbag: Een rechthoekig veiligheidskussen die de eerste, harde klap moest opvangen.

productiejaren: 1968 – 1975
| Volvo 164 | S | 1968 – 1969 | 14.100 |
| Volvo 164 | T | 1969 – 1970 | 20.200 |
| Volvo 164 | U | 1970 – 1971 | 20.390 |
| Volvo 164 | W | 1971 – 1972 | 21.660 |
| Volvo 164 | Y | 1972 – 1973 | 28.500 |
| Volvo 164 | A | 1973 – 1974 | 29.617 |
| Volvo 164 | B | 1974 – 1975 | 20.601 |
In de herfst van 1968 presenteerde Volvo de 164. Deze auto vond zijn basis in de Volvo 144 maar had een meer prestigieuze uitstraling. De auto was
De eerste 164-modellen hadden in tegenstelling tot de latere uitvoeringen geen stuurbekrachtiging en het interieur bestond niet uit lederen bekleding maar uit duurzaam stof. De voorkant van de auto had een geheel eigen stijl met een grote grille, die de wagen een meer prestigieuze uitstraling bezorgde dan zijn voorganger. De eerste modelserie was uitgerust met een deugdelijke, uit twee gedeelten bestaande, metalen grille die ver doorliep tot op hoogte van de voorbumper. Door het enorme formaat van de grille was de voorbumper voorzien van een “knik” die hem wederom de bijnaam “koehoornbumper” gaf (Volvo P1800 Jensen en P1800S). De auto straalde absoluut klasse uit en werd dan ook voornamelijk aangeschaft door mensen die een iets ruimer budget te besteden hadden. De achterzijde van de auto was nagenoeg gelijk aan die van de140-serie maar werd verfraaid door enkele sierstrips.
Het 72-er model werd net als het model uit 1968 geleverd met een injectiemotor. De mooie, chromen, opliggende deurklinken werden vervangen door handgrepen. In 1973 lanceerde Volvo een soort tussentype, voorzien van een kunststof grille en met een voorbumper vrijwel gelijk aan die van de 140-serie. Een dikker exemplaar bumper met stootrubbers sierde de voorkant. De markante uitstraling van de auto ging hierdoor enigszins verloren en tot op de dag van vandaag is dit type bij de Volvo-liefhebber het minst gewild.
Volvo had al snel door dat een modelwijziging de verkopen zou stimuleren. In 1974 kwam de Volvo 164 met de dikke voor- en achterbumper op de markt. De meest ingrijpende veranderingen zaten ‘m echter in het interieur. Voor de Amerikaanse markt is de Volvo 164 geproduceerd tot en met 1975, het jaar waarin op de Europese markt de Volvo 264 al zijn weg had gevonden. De laatste Amerikaanse modellen vallen op door de grote achterlichten die identiek zijn aan die van de 260-serie. De Volvo 164 is een perfecte klassieker voor dagelijks gebruik. Comfort en luxe gecombineerd met het genot van een ronkende zescilinder in lijn. Een Volvo 165 is helaas nooit geproduceerd. Wanneer u dit model tegenkomt, kunt u er zeker van zijn dat een van de vorige eigenaren handig was met het lasapparaat.
242 • 244 • 245
productiejaren: 1974 – 1993
|
Volvo 242 |
B |
(2-deurs) |
1974 – 1975 |
53.804 |
|
Volvo 242 |
E |
(2-deurs) |
1975 - 1976 |
45.144 |
|
Volvo 242 |
H |
(2-deurs) |
1976 - 1977 |
23.215 |
|
Volvo 242 |
L |
(2-deurs) |
1977 - 1978 |
19.230 |
|
Volvo 242 |
M |
(2-deurs) |
1978 - 1979 |
23.445 |
|
Volvo 242 |
|
(2-deurs) |
1979 - 1980 |
22.145 |
|
Volvo 242 |
|
(2-deurs) |
1980 - 1981 |
17.809 |
|
Volvo 242 |
|
(2-deurs) |
1981 - 1982 |
17.049 |
|
Volvo 240 |
|
(2-deurs) |
1982 - 1983 |
12.893 |
|
Volvo 240 |
|
(2-deurs) |
1983 - 1984 |
7.887 |
| Volvo 244 | B | (4-deurs) | 1974 - 1975 | 82.976 |
| Volvo 244 | E | (4-deurs) | 1975 - 1976 | 90.736 |
| Volvo 244 | H | (4-deurs) | 1976 - 1977 | 100.055 |
| Volvo 244 | L | (4-deurs) | 1977 - 1978 | 89.685 |
| Volvo 244 | M | (4-deurs) | 1978 - 1979 | 117.855 |
| Volvo 244 | (4-deurs) | 1979 - 1980 | 106.012 | |
| Volvo 244 | (4-deurs) | 1980 - 1981 | 94.111 | |
| Volvo 244 | (4-deurs) | 1981 - 1982 | 126.696 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1982 - 1983 | 125.639 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1983 - 1984 | 133.104 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1984 - 1985 | 73.235 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1985 - 1986 | 69.511 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1986 - 1987 | 63.045 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1987 - 1988 | 55.318 |
| Volvo 240 | M | (4-deurs) | 1988 - 1989 | 52.5090 |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1989 - 1990 | 42.846 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1990 - 1991 | 27.464 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1991 - 1992 | 20.790 | |
| Volvo 240 | (4-deurs) | 1992 - 1993 | 11.812 |
| Volvo 245 | B | (5-deurs) | 1974 - 1975 | 54.709 |
| Volvo 245 | E | (5-deurs) | 1975 - 1976 | 60.640 |
| Volvo 245 | H | (5-deurs) | 1976 - 1977 | 48.485 |
| Volvo 245 | L | (5-deurs) | 1977 - 1978 | 47.490 |
| Volvo 245 | M | (5-deurs) | 1978 - 1979 | 53.430 |
| Volvo 245 | (5-deurs) | 1979 - 1980 | 51.742 | |
| Volvo 245 | (5-deurs) | 1980 - 1981 | 50.352 | |
| Volvo 245 | (5-deurs) | 1981 - 1982 | 66.194 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1982 - 1983 | 71.295 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1983 - 1984 | 85.729 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1984 - 1985 | 68.188 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1985 - 1986 | 58.231 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1986 - 1987 | 47.860 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1987 - 1988 | 42.047 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1988 - 1989 | 36.980 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1989 - 1990 | 36.969 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1990 - 1991 | 27.046 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1991 - 1992 | 28.427 |
| Volvo 240 | (5-deurs) | 1992 - 1993 | 23.337 |
Al direct bij aanvang lanceerde Volvo maar liefst zes varianten in de 240-serie: De tweedeurs, vierdeurs en de stationwagon in al haar varianten. De 240-serie zou voor Volvo één van de meest populaire auto’s worden. Met een productietijd van bijna 20 jaar kun je met recht spreken van een kwaliteitsproduct. In de Verenigde Staten werd de Volvo 244 zelfs als norm gebruikt bij de opstelling van de algemene veiligheidsvoorschriften voor automobielen. In 1977 bestond Volvo 50 jaar en om deze verjaardag te vieren werd een wel heel speciale uitvoering van de 240-serie op de markt gebracht: Zilvergrijsmetallic ,voorzien van een gouden striping. Op het dashboardkastje was een embleem zichtbaar met hierop het Volvo-logo en de jaartallen 1927 – 1977 met als leuke bijzonderheid de handtekening van “Volvo-Vader” Pehr G. Gyllenhammar.
De Volvo 240-serie overtrof alle verkopen en in 1979 presenteerde Volvo de dieselversie. De 240 met zescilinder dieselmotor was een onmiddellijk succes. Het modellengamma werd vervolgens alsmaar verder uitgebreid. De Volvo 240 GLT (Grand Luxe Touring) verscheen op de markt met een viercilinder motor van 140 pk. Een jaar later, in 1980, introduceerde Volvo de eerste turbo met een vermogen van 155 pk. Ondanks het feit dat de jaren tachtig moeilijk waren voor de autoverkoop, wist Volvo geheel tegen de stroom in haar afzet op vrijwel alle markten te vergroten.
De stationcarmodellen waren voor Volvo de grote “moneymakers”. In 1986 werd Volvo in deze klasse zelfs nummer 1 in Europa. En tegen alle verwachtingen in bleken ook de Amerikanen dol op de Volvo stationwagon; in Amerikaanse films speelt ook tegenwoordig nog vaak een oude estate de hoofdrol. In 1993 werd het laatste 240-model geproduceerd, een Ocean Bleu-metallic estate. De laatste estates in de Polar-uitvoering zijn nog steeds razend populaire auto’s waarvoor vandaag de dag veel geld wordt betaald. De allerlaatste Volvo 245 die uit de fabriek reed staat momenteel in het Volvo Museum te Gothenburg.
264 • 265
productiejaren: 1974 - 1985
| Volvo 264 | B | (4-deurs) | 1974 - 1975 | 9.674 |
| Volvo 264 | E | (4-deurs) | 1975 - 1976 | 25.987 |
| Volvo 264 | H | (4-deurs) | 1976 - 1977 | 12.045 |
| Volvo 264 | L | (4-deurs) | 1977 - 1978 | 15.590 |
| Volvo 264 | M | (4-deurs) | 1978 - 1979 | 20.950 |
| Volvo 264 | (4-deurs) | 1979 - 1980 | 24.058 | |
| Volvo 264 | (4-deurs) | 1980 - 1981 | 17.696 | |
| Volvo 264 | (4-deurs) | 1981 - 1982 | 6.390 |
| Volvo 265 | E | (5-deurs) | 1975 - 1976 | 8.108 |
| Volvo 265 | H | (5-deurs) | 1976 - 1977 | 2.805 |
| Volvo 265 | L | (5-deurs) | 1977 - 1978 | 4.815 |
| Volvo 265 | M | (5-deurs) | 1978 - 1979 | 6.040 |
| Volvo 265 | (5-deurs) | 1979 - 1980 | 6.481 | |
| Volvo 265 | (5-deurs) | 1980 - 1981 | 2.315 | |
| Volvo 265 | (5-deurs) | 1981 - 1982 | 1.918 | |
| Volvo 260 | (5-deurs) | 1982 - 1983 | 1.018 | |
| Volvo 260 | (5-deurs) | 1983 - 1984 | 857 | |
| Volvo 260 | (5-deurs) | 1984 - 1985 | 704 |
De vierdeurs 264 werd al in 1975 opgevolgd door de luxueuze stationcar: de Volvo 265. De gehandhaafde robuuste uitstraling en de brede bumperpartij deed menig medeweggebruiker nog even achter de oren krabben wanneer hij nog snel even voor wilde glippen. In 1981 werd de imposante bumperpartij vervangen door een slankere uitvoering, die gelijk was aan de 240-serie. Tegelijkertijd veranderde de motoren. De B27 werd vervangen door de meer moderne B28 en evenals de 240-serie werd de auto aangepast aan de wensen van de consument voor die periode. Een echt lang leven was de auto niet beschoren en in 1982 rolde de laatste 264 van de band. In dat jaar werden slechts 6.390 stuks gebouwd en de nieuwe 700-serie stond te trappelen van ongeduld om haar intrede te maken. Frappant detail is het gegeven dat de 265 langduriger is geproduceerd dan de 264 vierdeurs-versie. Maar ook al waren de productieaantallen minimaal, de stationwagon met zescilinder blijft tot in 1985 in het modellengamma. De auto wordt dan nog vrij goed verkocht in Engeland. Waarom Volvo de estate-uitvoering nog laat doorlopen tot 1985 is eenvoudig te verklaren. De nieuwe Volvo 740 in stationuitvoering wordt pas in 1985 geïntroduceerd, dus dat gat werd opgevuld door de oude vertrouwde Volvo 265.
262
productiejaren: 1975 – 1977
| Volvo 262 | E | (2-deurs) | 1975 - 1976 | 3.099 |
| Volvo 262 | h | (2-deurs) | 1976 - 1977 | 230 |
De Volvo 262 is een zeldzaam lid van de 260-serie. Deze was gebaseerd op het tweedeurs model 242, maar met dezelfde uitstraling en elementen als de 260-serie. De oplage was gelimiteerd; slechts twee jaar werd deze auto geproduceerd en bovendien uitsluitend voor de Amerikaanse markt. Gezien hun beperkte productieaantal zijn deze modellen waarschijnlijk in de vergetelheid geraakt en stuk voor stuk terecht gekomen op één van de grote Amerikaanse autosloperijen.
Wie is niet bekend met de creatieve, kunstzinnige prestaties van de Italianen op het gebied van design. Of we nu over schoenmode schrijven, kleding of speciaal ontworpen gebruiksartikelen, uiteindelijk valt iedereen voor de Italiaanse designkunst. En dat geldt zeker wanneer het op autogebied aankomt.
Zo zijn er de Italiaanse Carrosseriehuizen van internationale faam die over een aantal jaren ongetwijfeld in één adem worden genoemd met gerenommeerde kunstenaars en schilders uit de rijke Italiaanse kunsthistorie. Zoals de kunstwerken van designer Pininfarina die al jaren tekent voor de “lijn” van Ferrari. Maar niet alleen Pininfarina wordt door vriend en vijand bewonderd. Ook Ital design staat zijn mannetje en uiteraard de met zwaar behaarde wenkbrauwen getooide, helaas overleden legende: Nuccio Bertone. Over Bertone gaan we eens uitgebreid praten en met name over de samenwerking tussen het Italiaanse designhuis en het Zweedse Volvo Car Corporation.
Bij de verdwijning van de Volvo 1800ES in het voorjaar van 1973, had de Zweedse autofabrikant geen topmodel voorhanden. Volgens velen een jammerlijk gemis. De Volvo 1800ES had immers maar enkele jaren productie gekend en geldt tot op de dag van vandaag nog steeds als een hoogstandje op het gebied van design en kwaliteit. Hoewel… niet iedereen vond de 1800ES een staaltje designerkunst. Volgens sommige kenners was de P1800 Coupé het "hoogstandje" en de latere Volvo 1800ES niet meer dan een slechte variant op een succesnummer. Jan Wilsgaard, hoofd designafdeling van Volvo Car Corporation en eens verantwoordelijk voor de inmiddels legendarische Volvo Amazon, tekende voor de 1800ES. Hij verlengde de daklijn tot aan de achterzijde en creëerde hiermee een krappe, maar ons inziens, een prachtauto. Deze "Schneewittchensarg" - aldus de bijnaam volgens onze Oosterburen - werd eigenlijk al bij het stopzetten van de productie een fel begeerde auto. Alweer een succesnummer van de ontwerpafdeling in de persoon van Jan Wilsgaard. Na de ronde vormen die Wilsgaard had verwerkt in de Volvo Amazon kreeg hij eind jaren zestig "last" van de rechte liniaal. Grappen als "Wilsgaard heeft de passer en ronde schaatsmallen ingeleverd en geruild tegen een nieuw tekensetje" waren niet van de lucht en het meest recente bewijs was de eind jaren zestig geïntroduceerde Volvo 140. De inmiddels bekende vierkante "doos", tot verbazing van verschillende autojournalisten zelfs in Zweden uitgeroepen tot auto van het jaar.
Later zou blijken dat deze lof terecht was! Achter de vierkante vormen schuilde meer dan in eerste instantie gedacht. ’t Was niet voor niets dat Wilsgaard door de destijds grote Volvobaas Pehr. G. Gylenhammer werd verzocht een alternatief te zoeken als opvolger van de 1800ES.
Voor Wilsgaard wederom een zeer moeilijke opdracht die ongeveer gelijk stond aan de destijds uit te brengen Volvo Amazon, die volgens de oud-directeuren Gabrielsson en Larsson dezelfde daklijn zou moeten krijgen als de succesvolle Katterug. Wilsgaard had inmiddels bewezen een goede partij te zijn die niet voor één gat te vangen was. Eigenlijk was het meer een opdracht voor Italiaanse carrosseriehuizen zoals Coggiola en Bertone die inmiddels goede contacten met Volvo hadden opgebouwd. Beide Italiaanse heren stonden bekend om hun gewaagde experimenten en Coggiola had zelfs al eens een voorstel gemaakt voor een opvolger van de 1800ES. Coggiola zou uiteindelijk verantwoordelijk worden voor het allereerste prototype, niet gebaseerd op de 260-serie maar op de Volvo 164 van modeljaar 1975 die werd aangeleverd door Wilsgaard. Het project dat de naam "Tre Kronor" (drie kronen) meekreeg, had op de massieve C-zuil ook inderdaad drie Kroontjes op het met zwarte vinyl beklede dak.
De aluminium tot staal look-a-like grille van de Volvo 164 was volledig zwart, met een soort 240-turbo grille, (grove honingraat) die de auto een stoere aanblik gaf. Helaas is de auto, zoals het destijds eerste aangeleverde prototype, niet in productie gegaan. Bij de latere productieserie van de Volvo 262C werd namelijk de PRV (Peugeot/Renault/Volvo) motor, de V-6, geplaatst. En daar was niet iedereen even enthousiast over.
Het prototype van Coggiola en Wilsgaard is op dit moment nog steeds in het bezit van Volvo en staat tentoongesteld in het Volvo Museum. Net als de latere definitieve wagen was ook het prototype voorzien van een compleet vinyl zwart dak dat 60 mm verlaagd was en een A-stijl die eveneens sterk naar achter helde.
Een normaal mens kon het wat "kophoogte" betreft wel vergeten. De duidelijk verlaagde daklijn gaf de bestuurder en passagier naar het zich liet aanzien in eerste instantie weinig bewegingsvrijheid. Gelukkig werd het interieur "dieper" gemonteerd zodat de ruimte tussen het dak en het hoofd minder bezwaarlijk werd. De uiteindelijke versie had de frontpartij van de Volvo 260, met een aangepaste grille, waarbij het binnenwerk sterk overeen kwam met het allereerste 162 prototype. De drie kroontjes op de C-stijl waren verdwenen en ingeruild voor één kroon.
Als een bekroning op het werk werd de eigenzinnige auto gepresenteerd aan het grote publiek tijdens de motorshow van Genève in 1977. Deze happening ging zeker niet onopgemerkt voorbij. Zelfs de echte Volvo-freaks waren verbaasd over wat zij te zien kregen. Vele autojournalisten vonden het lachwekkend een auto te zien waarbij, volgens hun mening, totaal geen rekening was gehouden met verantwoorde verhoudingen.
Tijdens de introductie in Nederland werd zelfs door een journalist geschreven dat het model leek op een auto waarbij een grote Samsonite koffer op het dak was beland. Het nieuwste model was kortom voor velen tevens het lelijkste wat Volvo ooit had gemaakt. Twee totaal verschillende werelden - designerkunst en auto-ontwerp - hadden elkaar ontmoet.
Bertone had zich beziggehouden met het ontwerp van het interieur. Een aankleding waar vandaag de dag nog menig interieurbedrijf zijn nek over breekt, wanneer er een steekje loszit. Bertone had zich te goed gedaan met een ietwat overdreven zwart lederen interieur waarbij geen plek onbedekt bleef en zelfs de hemel zwart was.
Bertone had niet alleen de beschikking over stylisten en designers. Neen, want dankzij een complete productie-unit maakte de Bertone-fabriek het mogelijk een auto volledig te produceren. De auto`s werden vanuit Zweden als een soort bouwpakket aangeleverd om in Italië in zijn geheel geassembleerd en gereed gemaakt te worden voor transport.
De introductie van de auto en hierbij als hoofdzaak de reactie op het Coupé model, maakten zelfs de marketingmanagers van Volvo Car Corporation onzeker. De "Top of the Line Car", waarmee de Volvo262C werd bedoeld, zou wel eens een ware flop kunnen worden. Volvo had zelfs moeite de uiteindelijke doelgroep te definiëren. Was het nu de geslaagde zakenman, de tandarts of de pastoor die zich aangetrokken voelde tot het ietwat begrafenis-achtige interieur? Uiteindelijk viel het allemaal behoorlijk mee en bleken er twee duidelijk verschillende groepen te bestaan. Of je vond het een schitterende auto, òf je vond het een verschrikking. De prijs van ongeveer FL 60.000,-- ( ¤ 27,500,--) bepaalde bovendien zelf de doelgroep en zo werd de Volvo 262C desondanks een auto van formaat. De Coupé had overigens ondanks zijn sportieve uiterlijk niet de beschikking over een snelle motor. Uitgerust met de 2.7 liter PRV-motor van 148 PK, werd het een aardige klus de anderhalve ton wegende Coupé als een sportieve auto te berijden.
De 2.7 liter motor was in combinatie met de Borg-Warner Automaat een behoorlijke "drinker". Bij velen schoot het in het verkeerde keelgat om juist na de geleden oliecrisis een auto te presenteren die de nodige litertjes verorberde. Pleziertochtjes werden met de Coupé al snel kostbare ritjes, maar de echte Volvo liefhebber stoorde zich hier niet aan en beleefde de ene ervaring na de andere.
De criticasters van deze auto - en dan met name de autojournalisten - werd al snel de mond gesnoerd. Uiteindelijk hadden ze ook niets in zo`n exclusieve auto te zoeken! De 262 was in ieder geval ook bestemd voor de Amerikaanse markt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat van de totaalproductie van 6.622 exemplaren meer dan 70% in de USA terecht is gekomen. De auto is zodanig exclusief te noemen dat zelfs in Nederland sommige Volvo-liefhebbers niet weten dat de auto daadwerkelijk in Nederland geleverd is.
Het eerste gelanceerde model had de voor- en achterzijde van de reeds genoemde 260-serie. Leverbaar in grijsmetallic met een kunstlederen dak en de dikke bumperpartij. De achterzijde was nog gelijk aan de 140- en 160-serie met de overigens nog steeds prachtige rechthoekige achterlichten (grote versie) inclusief verchroomde rand en tussenliggende sierstrip. Naast de standaardopties als airco, stuurbekrachtiging, elektrische ramen en het met de hand vervaardigde lederen interieur, beschikte de auto ook over notenhouten deurpanelen. Let wel, we spreken midden jaren zeventig! Eveneens was het eerste type herkenbaar aan de speciaal ontworpen lichtmetalen velgen die zeer sterk leken op de bekende GT velgen.
In `77 t/m `78 was de auto alleen verkrijgbaar in grijsmetallic met zwart dak. Met de modelwisseling in 1979 kreeg ook de Volvo 262C een aanpassing. De kofferdeksel met de achterzijde en de nieuwe achterlichten die zelfs doorliepen tot aan de zijkant van het achterscherm gaven de auto een nieuw aanzicht. Ook de speciaal ontworpen lichtmetalen velgen werden vervangen door de spaakvelg en aan de voorzijde schitterde een frontspoiler die de auto meer body gaf. De kleur grijsmetallic werd overigens normaal doorgeleverd maar ook goudmetallic werd opgenomen in het pakket. Bijzonder was wel dat bij de goudmetallic uitvoering het zwarte dak verdwenen was.
Modeljaar 1981: De smalle bumpers en de gewijzigde frontpartij als voornaamste verandering werd naast de normale 260-serie ook toegepast op de 262 Coupé. Elke geproduceerde 262 was (en is) een handgemaakt kunstwerk. Wat met de hand gemaakt wordt kan gemakkelijk aangepast worden, zo zou je zeggen. Aanpassingen gericht op persoonlijke smaak waarbij de kleur dikwijls een belangrijke rol speelt. Zo weten we in ieder geval zeker dat de Volvo 262C in vijf standaard kleuren is geleverd. Naast het zilvergrijs, goud, zwart, goudmetallic /bruinmetallic (two tone) en lichtblauwmetallic kennen we alleen de speciale bestelling van oud-Volvo president Pehr G. Gyllenhammer.
Zijn rode Volvo 262 Coupé is namelijk de enige originele 262 in deze kleur. Rood was overigens altijd al een favoriete kleur van de algemeen directeur. In het museum staan op een speciale locatie nog meer exclusieve items, die allemaal eens eigendom van Pehr. G. Gyllenhammer waren. Wat dacht u van een Volvo 242 Turbo in de kleur rood met evenzo rood interieur. Of een speciaal vervaardigde Volvo 780 turbo, zowel van binnen als van buiten rood en last but not least, een rode Volvo 850 turbo met, jawel, ook een knalrood interieur.
740
productiejaren: 1984 – 1992
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1984 | 14.359 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1984 - 1985 | 103.617 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1985 - 1986 | 90.088 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1986 - 1987 | 100.499 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1987 - 1988 | 102.604 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1988 - 1989 | 101.500 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1989 - 1990 | 100.576 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1990 - 1991 | 31.531 |
| Volvo 740 | (4-deurs) | 1991 - 1992 | 5.669 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1985 | 7.015 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1985 - 1986 | 54.983 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1986 - 1987 | 53.915 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1987 - 1988 | 60.353 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1988 - 1989 | 64.741 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1989 - 1990 | 71.462 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1990 - 1991 | 26.128 |
| Volvo 740 | (5-deurs) | 1991 - 1992 | 20.355 |
De zeer succesvolle 760 GLE, die reeds in 1982 werd geïntroduceerd, bleek een enorm succes. Dit succes duurde tot de komst van de Volvo 740 GLE in 1984: een 4 cilinder alternatief voor de 760.
In 1985 kwam er ook een stationcar uitvoering van de Volvo 740. Een auto die voornamelijk door zijn specifieke vorm al direct na zijn introductie een grote hit bleek. Betrouwbaar en voorzien van tal van nieuwe veiligheidsnormen, werd er door Volvo een nieuwe standaard gezet in het comfort van stationwagons. In eerste instantie was de ontwikkeling van de 700-serie als stationwagon ontworpen. Jan Wilsgaard en zijn designteam waren volledig verantwoordelijk voor de nieuwe Amerikaans ogende sedan en stationwagon. De auto kende een ongeëvenaarde ruimte en laadcapaciteit.
Door de jaren heen was de Volvo 740 in verschillende uitvoeringen leverbaar. Meest voorkomend waren de 4 cilinder motor - met en zonder turbocharger - en de 6 cilinder dieselvariant. Veel modelvarianten zijn er niet geweest. De hoekige lijn bleef gehandhaafd en afgezien van enkele wijzigingen in het interieur en een paar kleine aanpassingen aan de carrosserie, werd in het jaar 1988 de grootste verandering waargenomen. De grille werd samen met het voorfront gewijzigd, wat later resulteerde in het 1989 model.

productiejaren: 1982 – 1990
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1982 | 3.000 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1982 - 1983 | 29.917 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1983 - 1984 | 33.616 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1984 - 1985 | 28.181 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1985 - 1986 | 16.887 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1986 - 1987 | 20.342 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1987 - 1988 | 20.668 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1988 - 1989 | 18.310 |
| Volvo 760 | (4-deurs) | 1989 - 1990 | 12.943 |
| Volvo 760 | (5-deurs) | 1985 | 993 |
| Volvo 760 | (5-deurs) | 1985 - 1986 | 7.443 |
| Volvo 760 | (5-deurs) | 1986 - 1987 | 7.698 |
| Volvo 760 | (5-deurs) | 1987 - 1988 | 6.953 |
| Volvo 760 | (5-deurs) | 1988 - 1989 | 7.571 |
| Volvo 760 | (5-deurs) | 1989 - 1990 | 6.787 |
Met de Volvo 760 sedan, die begin 1982 werd geïntroduceerd, trad Volvo toe tot het selecte gezelschap van fabrikanten van prestige-auto`s met een superieur comfort en hoge prestatieniveaus. In 1985 werd tevens de Volvo 760 stationcar gepresenteerd.
De 760 was een zeer exclusieve auto, die dankzij zijn ietwat vreemde hoekige ontwerp veel ruimte binnenin bood. De veiligheidsnorm was beter dan die van eerder geproduceerde Volvo modellen en van zijn concurrenten.

productiejaren: 1985 – 1990
| Volvo 780 | (2-deurs) | 1985 - 1986 | 683 |
| Volvo 780 | (2-deurs) | 1986 - 1987 | 2.035 |
| Volvo 780 | (2-deurs) | 1987 - 1988 | 2.334 |
| Volvo 780 | (2-deurs) | 1988 - 1989 | 2.166 |
| Volvo 780 | (2-deurs) | 1989 - 1990 | 1.300 |
Een stukje historie van de Volvo 780
Het project voor een nieuwe Volvo Coupé kwam laat van de grond. Ofschoon het plan voor een nieuwe exclusieve 2-deurs versie reeds bij de ontwikkeling van de 700-serie ter sprake kwam, was ‘tijdnood’ eenvoudigweg de verklaring voor het uitstel. Volvo had zojuist een van de moeilijkste perioden uit haar geschiedenis afgesloten. De nieuwe Volvo 760, geïntroduceerd in 1982, was een schot in de roos. Gelukkig maar, anders had Volvo wel eens de zoveelste autofabrikant kunnen worden die verdronken was in haar eigen kwaliteit (een goed voorbeeld daarvan is de firma Borgward).
Midden jaren zeventig had Volvo een harde klap te verwerken gekregen. De 240-modellen stonden in grote getalen te wachten op hun nieuwe eigenaren en vanuit Amerika werd Volvo bestookt met diverse claims. Claims die te wijten waren aan de voor die jaren matige kwaliteit die Volvo leverde. Volvo had een belangrijk marktaandeel verloren en moest werkelijk alles op alles zetten om het verloren terrein terug te winnen.
De 700-serie werd Volvo`s sterke troef, die vooral goed moest scoren op de Amerikaanse markt. Alle aandacht maakte de vraag naar een Coupé vooralsnog minder belangrijk. Volvo had in die periode gewoonweg geen ruimte en capaciteit voor een nieuwe uitdaging en Bertone had geen zin om de eventueel bij hun te produceren nieuwe Volvo, van A tot Z op te starten. De ontwikkeling en het ontwerp zou het probleem niet vormen maar Bertone zag het absoluut niet zitten om de complete testen van een nieuwe auto voor eigen rekening te nemen. Uiteindelijk kwamen Volvo en Bertone tot overeenstemming. Beide partners investeerden ieder een bedrag van 90 miljoen Kronen waarbij Volvo bovendien de totale kosten voor het nemen van proeven voor haar rekening zou nemen.
De discussie duurde jaren maar uiteindelijk werd project 1780 opgestart. Goede dingen kosten tijd zullen we maar zeggen. Deze nieuwe 2-deurs Coupé zou een exclusieve Volvo worden. Een auto op eenzame hoogte die haar concurrenten ver achter zich zou laten. Aanvankelijk zouden er niet veel van worden geproduceerd. De naam Nuccio Bertone stond nu eenmaal voor exclusiviteit en dat zou ook te merken moeten zijn aan de productieaantallen.
De Zweden wilden in eerste instantie dezelfde weg bewandelen als gedaan bij de Volvo 262. Van een 760-model de dakpartij verwijderen en opnieuw een gerestylde vorm maken, dat was aanvankelijk het Zweedse plan. Waarom alles anders doen als de Volvo 262 zijn succes reeds had bewezen? Bertone stond niet achter dit idee. Op deze manier zou het nieuwe model nooit echt `nieuw` worden, niet meer dan een simpel aftreksel van een bestaande auto.
Het startsein werd gegeven op 4 augustus 1981. Na het eerste ontwerp, dat nog verdacht veel leek op het volwaardige Zweeds Volvo-ontwerp, werd het tweede voorstel al veel sportiever. Vooral op de front- en achterpartij lag bij Bertone de nadruk. De auto zou duidelijk anders van vorm moeten worden vergeleken met de nog uit te komen 700-serie. De samenwerking tussen Bertone en Volvo speelde een centrale rol in de ontwikkeling van de 780. Ofschoon Volvo voor de Italiaanse carosserier geen onbekende partner was, bleek het voor de Italiaan toch geen makkelijke opgave zich de Volvo-filosofie eigen te maken.
Jan Wilsgaard, hoofd van de designafdeling van Volvo Car Corporation en “vader” van vele klassieke Volvo ontwerpen, bracht veel tijd door in Italië. Samen met Bertone`s designteam werd er lang gediscussieerd en overleg gepleegd over de te volgen lijn. De Volvo 760 was typisch een auto gemaakt voor de Amerikaanse markt. Een behoorlijk grove achterpartij gecombineerd met een vrij recht geplaatste achterruit. De Volvo 780 zou geen volledig andere auto moeten worden. Dat wil zeggen, de Volvo 760 mocht niet in de schaduw van de nieuwkomer komen te staan. Neen, de auto moest een volwaardige toevoeging worden op de bestaande serie. Net als in een schilderij gemaakt door een groot artiest, blijkt ook de hand van een beroemd stylist ook in autodesign een herkenbaar visitekaartje. Bij de introductie van de Volvo 780 op de motorsalon te Genève was iedereen het met elkaar eens…
Zonder twijfel was het een Volvo, maar eveneens was het onmiskenbaar een Bertone. De achterkant van de 780 was hoger dan die van de Volvo 760 en het profiel van de auto deed een beetje denken aan de Maserati-lijn. Bertone stond bekend om hoekige elementen en harde lijnen in zijn ontwerpen. In de 780 waren de lijnen vloeiender maar absoluut niet rond. Volgens Bertone zou met het gebruik van te veel rondingen het risico om een nietszeggende auto te ontwerpen, te groot worden waardoor de auto waarschijnlijk geen echte Volvo meer zou zijn. De bedoeling van Volvo was overigens om meer onderdelen van de 760 te gebruiken in het 780 model. Zo zouden de 760-koplampen in het nieuwe front verwerkt dienen te worden om dure investering van nieuwe koplampen achterwege te kunnen laten. In één van de prototypen zijn de lampen daadwerkelijk gemonteerd maar minstens even snel weer verdwenen. De Volvo 780 moest en zou een exclusieve auto worden. Het profiel van de auto is lange tijd een discussiepunt geweest. Had de Volvo 760 bij de B-stijl (de middelste deurstijl) in het oog springende sierlijsten, de Bertone 780 had zo op het oog helemaal geen B-stijl. Deze ‘visuele verdwijning’ was te wijten aan de zwart gespoten B-stijl die in werkelijkheid nog breder was dan bij de Volvo 760. Ondanks de luxe die de auto uitstraalde liep de Volvo 780 niet over van overdadig chroomwerk. Hierop geeft Bertone een simpel en duidelijk reactie. “Een goed ontwerp bestaande uit een pure lijn behoeft niet behangen te worden met chroom”.
Het interieur is net als bij de Volvo 262C een apart verhaal. Ondanks dat de stoelen van de 760 als basis dienden, is het gehele interieur opnieuw gestileerd. Voor een gemakkelijke toegang naar de achterste zitplaatsen verplaatsen de voorstoelen zich na ontgrendeling volautomatisch naar voren. De eerste modellen wijken hierin af van de latere serie. Bij de eerste serie wordt de ontgrendelknop ingeduwd waarmee tegelijkertijd de leuning naar voren wordt bewogen. Bij het laten vallen van de leuning kwam de voorstoel weer in de originele stand. Bij de latere serie diende men de ontgrendelknop naar beneden te drukken om de stoel weer in zijn originele stand te krijgen.
De automatische stoelbediening verliep trouwens niet altijd vlekkeloos. Veel storingen in het elektronische circuit veroorzaakten nogal wat irritaties. Iets te `volumineuze` personen bleven plotsklaps steken tussen het lederen stuurwiel en de perfect gestileerde lederen bestuurdersstoel. Veelal werd dit veroorzaakt door vuil en stof, wat makkelijk in de naden viel van het elektrische `knoppenbord` dat naast de bestuurder gemonteerd was.
De auto was voorzien van alle gemak: Lederen interieur, airco, elektrisch glazen schuifdak, verwarmde en elektrische voorstoelen. Wanneer de buitenspiegels bevroren waren: geen nood. De te verwarmen buitenspiegels waren snel - samen met het achterraam - ontdooid. Het in notenhout uitgevoerde dashboard en deurpanelen gaven de auto een extra dimensie. Bij de Volvo 780 bleven kosten noch moeite gespaard. Zelfs de hemel van het interieur was in vier kleuren leverbaar. Afhankelijk van het gebruikte interieur waren blauw met zwart, bruin met zwart, of helemaal beige of antraciet de mogelijke keuzes. De kleur van de hemel vormde zo in combinatie met het lederen interieur één kloppend geheel.
Per dag werden zo`n twintig exemplaren van de 780 gebouwd. De keiharde eisen van Volvo waren het grootste probleem bij de bouw van de exclusieve Coupé. Volvo stond er op dat alle metaaldelen dubbel gegalvaniseerd waren om roestvorming geen kans te geven.
De auto`s werden in Australië getest onder extreem hoge temperaturen, waarbij met name het interieur onder handen werd genomen. Zelfs bij een temperatuur van 107 graden bleven de kleuren van het lederen interieur onveranderlijk.
Veel van de Volvo 780 onderdelen werden toegeleverd door Italiaanse bedrijven en uiteraard door Volvo Car Corporation. Het plaatwerk van het koetswerk werd in Italië geperst in een nabij gelegen bedrijf. Nuccio Bertone had in één van de bedrijfshallen een vrij eenvoudige lopende band geïnstalleerd waarop de montage van de Volvo 780 plaatsvond. Geen geluiden van robots en indrukwekkende machines maar rubberen hamers waarmee de ramen werden ingezet. Zelfs de extra bescherming van de bodempartij, behandeld met een teerachtig product, werd met de hand gedaan.
Zoals het iedereen bekend mag zijn hebben robots geen last van maandagmorgenhumeur en voeren zij hun werk elk moment exact uit. De bedrijfsleiding van Bertone had daarom zeer hoog en gekwalificeerd personeel in dienst dat het werk perfect uitvoerde. Een aantal controleurs nam voor elke auto een aanzienlijke hoeveelheid tijd om deze te keuren. Na zo`n uitgebreide inspectie volgde ook een test op de rollerbank en een proefrit buiten. Iedere auto doorstond de strenge en nauwkeurige toetsen en ging de straat op.
Vier jaar na de eerste schetsen werd uiteindelijk de Volvo 780 op de motorsalon te Genève gelanceerd. Puur toeval dat de Volvo 780 Coupé samen werd geïntroduceerd met de Volvo 480 ES. Beide 2-deurs modellen, waarbij Bertone de race om de Volvo 480 te ontwerpen had verloren van de Hollanders uit Helmond, maakten hun opwachting bij het grote publiek. De diverse autojournalisten onderzochten de auto van top tot teen. De lengte van de auto was 4,79 meter (1 cm meer dan de sedan) en 1,75 meter breed (gelijk aan de 760 sedan versie). Op het eerste gezicht was de Coupé lager dan de sedan maar schijn bedriegt. De Coupé was slechts 7 mm lager dan de sedan. Na bijna 10 jaar weten we inmiddels dat de destijds gelanceerde auto`s nu de klassiekers zijn van de toekomst.
Kwaliteit.
Na een periode van 10 jaar weten we inmiddels meer van de duurzaamheid. De met de hand gebouwde auto`s hebben immers ook een aantal nadelen "onder de leden". Bij de aankoop van een Volvo 780 heb je ondanks het beperkte productieaantal nog redelijk wat keuze. In Nederland is de diversiteit van het assortiment vooral mogelijk gemaakt door de import vanuit Amerika en Italië waarbij Italië als "dieselcontinent" de meeste aanvoer geeft.

Veel Volvodealers in Italië weten dat de Volvo 780 in andere Europese landen in trek is en laten meestal voor de reis naar een ander continent de auto een spuitbeurt ondergaan. Als Nederlanders staan we bekend als een precies volkje. Het spuiten, gedaan in Italië, moeten we dan ook met een korreltje zout nemen. Rubbers, vooral bij de aansluiting van de voorschermen en voor- en achterraam, moeten het dikwijls ontgelden. De Italianen kijken niet op een rubbertje zullen we maar zeggen! Wanneer u in de markt bent voor een toekomstige klassieker en de keuze is gevallen op de Volvo 780 dan kunt u beter vooraf een ANWB-keuring laten uitvoeren of uiteraard bij een Volvo-dealer te rade gaan. Op dit moment wordt een Volvo 780 uit de beginjaren van productie aangeboden vanaf zo’n ¤ 10.000,-- en kunnen de prijzen soms oplopen tot wel ¤ 25.000,--.
Naast de dieselversie zijn er een aantal andere motorvarianten. Wat dacht u van de benzine viercilinder turbo, uitgevoerd met 4 versnellingsbak en overdrive. Of voor de nog sportievere rijders onder ons: de viercilinder 16 kleppen turbomotor, die overigens pas geproduceerd werd in de laatste productiejaren. De zescilindermotor met 4-traps automaat en overdrive, ons inziens de meest geavanceerde versie, werd in de overige landen het meest verkocht, waarbij Amerika de boventoon voerde.
Met een productieaantal van 8.518 stuks blijft de Volvo 780 net als zijn vroegere broertje, de Volvo 262C, een exclusieve auto. De laatste versies zijn eigenlijk de meest interessante. De onafhankelijke achteras die later gemonteerd werd, was een duidelijke vooruitgang en ook het nieuwe klimaatsysteem was beduidend beter!
Zowel voor de Volvo 262 Coupé als voor de Volvo 780 Coupé bestaat er een register die de belangen van eigenaren van deze typen auto’s behartigt. Voor meer informatie betreffende deze beide modellen kunt u contact opnemen met het Volvo Bertone Coupé Register. De internetsite met alle bruikbare informatie vindt u op pagina http://web.inter.NL.net/hcc/F.D.men/volvo262c.html
